Maandelijks archief: april 2011

Mosselhysterie.

Heb je dat ook wel eens dat je iets doet wat je al heel lang niet gedaan hebt en als je het dan weer doet dat je weet waarom dat ook alweer zolang geleden is dat je het gedaan hebt? Zoals die ontzettende gave attractie op de kermis waar je na 20 jaar weer eens in gaat, zodra dat ding in beweging komt weet je waarom het zolang geleden was, misselijk!

Het leek een goed idee, 2e paasdag mosselen eten. De 1e paasdag zouden we op visite gaan en daar gingen we plaatgrillen. Nou daar hoort altijd veel vlees, stokbrood, kruidenboter en sausjes bij, dus iets lichts voor de dag erna zou prima zijn. Aangezien ik net in het bezit ben van zo een handige android telefoon met van die handige apps, zoals de Appie van de Albert Heijn met handige recepten en een boodschappenlijstje dat je kunt sorteren op looproute van die bewuste AH waar je boodschappen gaat doen. Dus die moet gebruikt worden. Ik vond met de receptenzoeker een heerlijke kokos-citroensoep en ook een iets minder lekkere paastrifle, maar ja dat weet pas als je dat ding hebt gegeten en een overheerlijk recept voor mosselen, op zn Frans nog wel. Nou eet ik niet graag mosselen, waarom was me op dat moment niet meer helemaal duidelijk, dus ik zou van die heerlijk makkelijk te maken sappige gezonde mosseltjes gaan bereiden en ik zou er van leren houden, een nieuwe liefde ontdekken zeg maar.  Heerlijk lekker onder de parasol met dat mooie weer, heel idyllisch met zo een grote bak ziltige zwarte jongens in harmonie genieten van de maaltijd.

 Ik op het internet zoeken hoe je die dingen moet bereiden. Daar kwam ik de mededeling tegen dat je ze niet kunt krijgen van april tot en met juni. Nou lekker dan. Maar ik kon mijn gezonde nieuwe liefde niet zomaar vervangen door een ander visje dus de visboer gebeld. Ja hoor geen probleem ik kon gewoon mosselen bestellen bij hem en die waren prima. Voor 3 personen had ik twee bakken nodig. De volgende dag die dingen gehaald, bleken het bakken van 2 kilo te zijn. Volgens mij wat veel voor 3 personen waarvan er een al had aangegeven dat ze die dingen absoluut niet ging eten, maar ik liet mij niet kennen en ging opgetogen met twee bakken naar huis. De koelkast  moest wel verbouwd worden voor die grote bakken, nou ja dat ruimt ook weer eens een keertje lekker op. Al die half volle potjes die je misschien nog eens gaat gebruiken een slinger gegeven.

Eindelijk was het dan 2e paasdag, het soepje was heerlijk, de trifle was al gemaakt, nu nog de mosselen.  De eerste bak knip ik open en een ietwat penetrante vislucht bereikt mijn neus, ach dat zal wel minder worden als ze gewassen zijn. Goed spoelen met koud water staat er op de verpakking, dan eventuele open mosselen weggooien. Nou dat moet lukken. Nu eerst even de sjalotjes pellen en hakken. Shit vergeten mn handen af te drogen nou blijven al die schilletjes aan mn handen plakken. Normaal ga je dan alsnog even je handen afdrogen maar ik gleed al langzaam in mijn hysterische aanpak waarvan je weet dat het niet gaat werken maar je het ook niet kunt stoppen. De olie staat ondertussen al een beetje te heet te worden dus heb snel die uitjes en ook nog een courgette in plakjes er achteraan in de pan gegooid. Terug naar de mosselen waar ik merk dat er wel heel veel open blijven. Potverdorie nu moet ik die dingen een voor een gaan nakijken en ja wat is open, sommige proberen door een kiertje naar buiten te kijken, is dat open? Of moet je ze echt in vol ornaat zien zitten. Wat trouwens voor mij ook meteen weer duidelijk maakt hoe lelijk die dingen zijn, nou niet naar kijken gewoon doorgaan, het wordt smullen. Maar ja toch blijf ik in dat dilemma hangen welke is eetbaar en welke niet. Heb al zoveel spook verhalen gehoord over een mossel die een heel gezin een weekend lang uit de roulatie wist te krijgen, laat staan 4 kilo van die krengen. Nu word me ook weer langzaam duidelijk waarom ik geen mosselen at, ik vertrouw ze niet. Nou die krengen moeten de pan in maar ik heb even kordaat advies nodig en snel want de uitjes dreigen aan te branden. Dus manlief vriendelijk edoch zonder twijfel geroepen dat hij NU nodig was in de keuken. Gelukkig staan alle deuren open en zit iedereen in de tuin dus er zal altijd wel iemand reageren…… Of hij even die open mosselen een tik wil verkopen om te kijken of ze dicht gaan, zo niet dan moeten ze weg. Maar helaas voor hem is nog niet duidelijk wanneer de mossel nu wel of niet open moet zijn, want je moet hem toch open eten.

 “Sla nu die krengen maar even op het aanrecht  SCHAT, als ze nog leven gaan ze dicht en dan gaan ze in de pan weer open.”
“Weet je dat zeker?”
“JAAAA”

Er wordt wat halfslachtig getikt maar volgens mij is hij het nog steeds niet eens met de instructies, dus hup weg met die krengen. De rest in de pan waar er spontaan al een aantal openschieten voordat ze de bodem van de pan raken. Moeten we die er nu uithalen? Of geldt dat niet als open nu ze eenmaal in de pan zitten? Nou ja wijn erbij en deksel erop ik heb het eigenlijk wel gehad met die dingen. De keukenvloer is op een of andere manier ondertussen zeiknat geworden met ziltig-uren-in-de-wind-ruikend-water vermengd met velletjes van die sjalotjes. Vloekend en tierend probeer ik de puinhoop op te ruimen met nog 1 zielige zeer natte theedoek die al voor de tuin was gebruikt, de vloer knapt er niet echt van op. Hysterisch worden de mosselen over twee borden verdeeld, nu nog die rotsaus maken. Moet het vocht inkoken met crème fraiche en thijm. Dus lekker hoog dat vuur. De rest vast naar de tuin brengen. Waar dochterlief zich werpt op het stokbrood en de gravad lachs, een beetje jaloers bekijk ik al dat heerlijks. Niet zeuren en eten die mosselen. Dochterlief onderwerpt een mossel aan een onderzoek en volgens haar ziet ze de urine wegen lopen van die dingen en zitten er ook zwarte gezwellen in. Arghhhh, wat lijkt ze toch op mij en nu lukt het mij ook niet meer om er niet naar te kijken. Hup snel de saus halen dan hoef ik ze niet meer te zien. Eenmaal binnen heeft er iemand met ZIJN klauwen aan het fornuis gezeten en de saus zacht gezet….. nu is het dus een waterige dunne drap…en zijn die mosselen daar niet mee te camoufleren. Hup in een diep bord en naar buiten. Halverwege dringt het tot me door dat ik met een bord met zeer heet vocht loop en weet net op de tijd de tafel te bereiken waar het helaas wel over mn handen schiet. Nu ben ik alle gene kwijt en loop hysterisch naar de tuinslang roepend dat ik die krengen nooit meer maak en volgende keer eten we kip met appelmoes!

To be continued (10)

Deel 10 is geschreven door gastschrijver Peter van Dartel
http://darteldraaftdoor.blogspot.com/

Weg moet ik. Ik moet weg uit deze kamer, weg uit dit gebouw. Ik wil naar huis, naar mijn hondje Flux en vervolgens diep onder mijn dekbed kruipen en morgen wakker worden alsof dit allemaal een grote nachtmerrie is geweest.

Maar tegelijkertijd besef ik dat ik hier misschien niet voor niets ben. Stel dat ik de enige vrouw ben die erin is geslaagd dat drogerende apparaatje uit het hoofd te persen? De vrouwen die hier liggen, zijn dood. Maar in andere ruimtes heb ik genoeg andere vrouwen gezien, allemaal zwanger. Of ze dat nu nog zijn…? Misschien moest ik denken dat ze zwanger zijn. Misschien leven ze niet meer? Misschien, misschien. Gek word ik ervan. Maar eerst: weg uit deze kamer!

Voorzichtig pak ik de deurklink vast en beweeg haar langzaam naar beneden. Ik wil niet het minste geluid maken. Ik open de deur. Achter de deur bevindt zich nog een kamer. Deze kamer is leeg. Geen stoel, geen tafel, geen bed. Recht tegenover me zie ik een deur. Behoedzaam loop ik naar die deur. Ook deze opent. En weer zie ik een kamer, volgens mij even groot als de andere twee. Deze is ook helemaal leeg en heeft weer een deur aan de andere kant. Ik krijg het gevoel dat ik in een computerspelletje ben beland. ‘Op zoek naar de verborgen uitgang. Level 4’. Bizar dit. Ik besef dat teruggaan geen optie is en loop naar die deur. Als ik die open, zie ik tot mijn verbazing dat de ruimte daarachter dezelfde is als waar ik begon. Ik ben weer terug bij die dode vrouwen! Ben ik nog steeds gedrogeerd of zo? Wat voor een spel wordt er met mij gespeeld? Verward, moe maar vooral gedesillusioneerd ga ik op de grond zitten. En dan komen de tranen, heel veel tranen.

——–

Drie mannen en een jonge vrouw kijken aandachtig naar de beelden op een grote monitor. “Heeft dit geintje al niet lang genoeg geduurd?”, vraagt een man zich hardop af. Van de andere twee mannen en de vrouw krijgt hij geen antwoord. “Hoe lang moeten we haar nog voor de gek houden?”, zegt hij, deze keer de anderen aankijkend. “We zijn nog niet klaar met haar”, antwoordt de vrouw. “Zij denkt ons te slim af te zijn. We zullen haar eens een lesje leren. Trouwens, heb jij haar hondje nog opgehaald en behandeld?” Een donkerharige man knikt instemmend. “Mooi, dan gaan wij die maar eens inzetten.”

——–

De tranen willen niet stoppen. Ik heb geen kracht meer. Elke wilskracht is weg. Dan hoor ik een zoefend geluid, het geluid van een elektrische deur of schuif. Voordat ik kan kijken waar dat vandaan komt, hoor ik ook getrippel op het linoleum. Een bekend geluid. Flux! Lieve Flux! Mijn hondje springt in mijn armen. Weer begin ik hard te huilen, nu van een zekere opluchting alsof alles nu goed komt. Flux likt me over de neus van blijdschap. Ik houd hem stevig vast om hem nooit meer los te laten.

Maar er klopt iets niet. Flux is koud, steenkoud. Hij leeft, maar is koud. Verder ziet hij er uit als altijd. Dezelfde platte neus, dezelfde kleine oren en die rare krulstaart. Hebben ze met hem ook iets uitgehaald? Ik onderzoek hem snel op wondjes en andere vreemde dingen. Op zijn buik, net onder de navel, vind ik een hechting. Ik voel aan mijn eigen hechting, die ook net onder de navel zit. Flux gaat staan. Een trilling gaat zijn lijf. Flux verstijfd van kop tot staart. Dan maakt hij opeens een hard, angstaanjagend gorgelend geluid. Als een vulkaan braakt hij vervolgens een grote hoeveelheid paars slijm uit. Ik ben niet in staat iets te doen, zo verward ben ik. Wat kan ik trouwens doen? Mijn hondje lijkt wel een monster, niet van deze wereld. Ik word nog verwarder als Flux na deze aanval rustig kwispelend wegloopt en verdwijnt door een kleine opening in de muur.

——–

“Fantastisch! Wat een show”, zegt de jonge vrouw, al kijkend naar de beelden op het scherm. “Ik geloof dat ze er nu wel klaar voor is.”

- To be continued -

Volgende week zondag deel 11. Wil je ook een deel schrijven? Laat het me weten!

To be continued (9)

Deel 9 is geschreven door gastschrijver Kirstin Rozema.
www.mijnbestseller.nl/kirstin

Ik ben zelden zo in paniek geweest als op dit moment, maar gek genoeg ben ik ook zelden zo vastberaden geweest om duidelijkheid te krijgen. Nogmaals kijk ik in mijn eigen gezicht daar op die tafel, zie ik mijn eigen lichaam en voel ik de bijna niet te stoppen drang om te gillen. Ik bijt keihard in mijn hand om het gillen tegen te gaan en dan ineens zie ik iets dat niet klopt: een moedervlek op mijn – of eigenlijk haar – linkerschouder. Die heb ik niet! Niet de echte ik. Zo snel als ik kan maak ik mijn schouder bloot en kijk. Zie je wel, niets! Ik voel aan mijn schouder en voel zelf dat ik het doe. Kijk, dat klopt dus wel. Ik ben niet gek, ik ben niet dood, maar er iets iets absurds aan de hand. Voorzichtig voel ik aan mijn gezicht, maar ik merk niets vreemds. Gewoon, vingers op mijn wangen en een warm gezicht op mijn vingertoppen. Mijn lijf is dus van mij, maar mijn gezicht niet. Waanzin…

De paniek zakt weg richting vertwijfeling, de vertwijfeling maakt plaats voor boosheid en langzaam kom ik in de goede richting. Ik moet weten, ik moet denken, nadenken over wat ik weet. Wat herinner ik me, wat denk ik te weten en hoe puzzel ik me hier uit? Langzaam laat ik me op de grond zakken in een hoek van de kamer en steun met mijn hoofd tegen de muur. Ik kijk heel geconcentreerd naar rechts en draai uiterst zorgvuldig mijn hoofd naar de andere kant. Zo probeer ik zoveel mogelijk details in me op te nemen. Maar voor ik mijn hoofd gedraaid heb, voel ik ineens een scherpe pijn. Net achter mijn linkeroor voel ik een verschrikkelijke drukpijn, die even snel als hij kwam weer ophoudt. Voorzichtig laat ik mijn vingers over de plek glijden en een ijskoude scheut paniek golft weer door mijn buik: daar zit iets! Ze hebben iets in me gestopt!
Zo voorzichtig als ik kan voel ik met mijn vingers over het “ding” en ik voel me misselijk worden. Wat is het? Wat doet het met me? Maar vooral: hoe krijg ik het eruit? Het MOET er uit! Paniekerig begin ik te voelen naar een wondje, een hechting of wat dan ook. Ergens moet er iets zitten, ze hebben het ding er ook ingekregen, dus het moet er ook weer uit. Dan voel ik een heel klein soort bubbeltje met een draadje eraan: een hechting. Ik laat het draadje nogmaals door mijn vingers spelen en trek dan ineens zo hard als ik kan, terwijl ik me keihard op mijn lippen bijt.

De kamer golft. Mijn maag doet hetzelfde. Op het moment dat ik merk dat ik de hechting in mijn handen heb, geef ik over, in grote golven. Uitgeput lig ik even later op de grond, maar ik realiseer me dat ik niet klaar ben: het “ding” moet er ook uit. De tranen biggelen me weer over de wangen. Wat is er toch mis gegaan met me? Hoe kon ik zo stom zijn om mee te gaan met iemand, die ik niet ken? De boosheid die me nu overvalt geeft me vleugels en met een ontzettende duw, knijp ik het “ding” uit m’n hoofd. Alsof het een overrijpe puist is, zo voelt het aan. Een soort knappend geluid geeft het, maar dan kan ook komen doordat het ding op de grond uit elkaar valt. Er komt iets uit, een soort vloeistof lijkt het wel. Op hetzelfde moment merk ik dat ik me totaal anders voel. De mist in mijn hoofd trekt op. Het lijkt wel of ik weer plaatsneem in mezelf. De vreemde vrouw die bezit had genomen van mij, stapt uit en ik heb weer de controle.

Gek genoeg ben ik op slag rustig. Ik heb mezelf bevrijd van iets raars en voel me ook een stuk sterker nu. Maar nu wil ik het weten ook. Hebben de dode vrouwen ook allemaal een capsule achter hun oor? Ik kom weer overeind en strompel naar de tafels met de lijken erop. De vrouw, die mijn gezicht had, is gek genoeg ineens compleet veranderd. Ze heeft nu normaal, bruin haar en kan iedereen zijn, behalve mijzelf. Ook de andere vrouwen lijken niet meer op elkaar. En ik? Ben ik mezelf weer? Ik voel in mijn gezicht en het voelt vertrouwd. Zie je wel, ik ben zwaar gedrogeerd geweest! Maar met welk doel? Waarom moest ik denken dat ik iemand anders was? Waarom moest het lijken of iedereen op elkaar leek? Weer zak ik op de grond. Dit gegeven moet ik verwerken. Ik moet denken, rustig nadenken. Maar dan overvalt een geweldig paniekgevoel me. Ik lag immers net ook op een tafel. Het schrijnende gevoel tussen mijn benen, het kramperige in mijn buik…  wat hebben ze gedaan? Hebben ze geprobeerd me te verkrachten, of misschien kunstmatig te bevruchten? Iedere vrouw hier is immers zwanger of zwanger geweest? Maar door de prikpil zal ik niet zwanger worden. Oh mijn hemel, wat gaan ze met me doen als ze daar achter komen?

- To be continued -

Volgende week zondag deel 10. Wil je ook een keer een deel schrijven en zelf bepalen hoe het verhaal verder gaat? Laat het me weten!

Sympathie

Kwam in een studieboek over deskundig hulpverlenen het volgende tegen onder de paragraaf Vormen van vervormd luisteren:

Sympathie heeft onmiskenbaar een plaats in menselijke relaties. Het ‘gebruik’ ervan (als dat woord niet te onmenselijk klinkt) in de hulpverlening is echter beperkt. Wanneer ik sympathiseer met iemand anders, word ik in zekere zin zijn of haar medeplichtige. Als ik sympathiseer met een cliënte als zij mij vertelt hoe verschrikkelijk haar echtgenoot is, kies ik positie zonder het hele verhaal te kennen. Het tonen van sympathie kan het zelfmedelijden van een cliënt versterken. Zelfmedelijden zorgt er echter voor dat de cliënt minder geneigd is actie te ondernemen om iets aan de problemen te doen.

Voor mij gaat die uitspraak net wat te kort door de bocht. Als je als hulpverlener sympathie of begrip kan opbrengen voor iemands verhaal betekent niet automatisch dat je het ook eens bent met zijn of haar oplossingen. Voor mij zijn dat totaal verschillende zaken. Daarnaast luister je altijd naar het verhaal van de cliënt en hoor je nooit de andere partij. Natuurlijk moet het gezond verstand van de hulpverlener tunnelvisie voorkomen maar betekent niet dat je geen sympathie voor iemand zijn situatie kan opbrengen. Daarbij heeft niet iedere cliënt zelfmedelijden en hoeft dat ook niet de neiging om actie te ondernemen in de weg te staan. Dus blijf altijd uitgaan van je cliënt en probeer denken in stereotypen te voorkomen, het staat het empathisch begrip ernstig in de weg. Een cliënt is meer dan een etiket. In het zelfde studieboek staat ook dit en dat onderschrijft mooi wat ik bedoel:

In termen van de Gestaltpsychologie: zorg dat uw cliënt ‘figuur’ blijft – vooraan in uw aandacht- en dat de modellen en theorieën over cliënten ‘achtergrond’ blijven – kennis die uitsluitend wordt gebruikt voor het begrijpen en helpen van deze unieke cliënt.

To be continued (8)

Deel 8 is geschreven door gastschrijver Martin Janssen
 http://www.treincolumn.nl/

De deurklink beweegt naar beneden. Door het melkglas zie ik het silhouet van een groot persoon. Wanneer de deur op een kier staat, hoor ik een man zeggen: “Haal jij de volgende?” De man stapt vervolgens de kamer binnen, neemt een haal van zijn sigaret en gooit het op de grond, waar het vlak voor mijn gezicht blijft liggen.

“Wat willen jullie toch van me?”, stamel ik. Met een draaiende voetbeweging dooft de man zijn peuk. Zonder iets te zeggen, trekt hij mij aan mijn arm omhoog en zet mij op de enige stoel in de kamer. Zijn grauwe shirt ruikt duidelijk naar zweet. Op zijn gespierde linker onderarm valt mij een tatoeage op van drie cirkels die in elkaar grijpen. Die cirkels. Waar heb ik die toch eerder gezien? Was dat niet in Thailand? Of nee, Peru! Na mijn studie ben ik een jaar in Peru geweest. Het had iets met één of ander ritueel te maken. Ik kan niet helder meer denken.

Het begint mij te duizelen.

Ik moet in elkaar zijn gezakt van de honger of de spanning. Wanneer ik weer bijkom, merk ik dat ik op een tafel lig onder een groen laken. De ruimte is koud en het ruikt hier erg muf. Het is doodstil. Het laken gooi ik van me af en voorzichtig laat ik me van de tafel glijden. Wanneer mijn blote voeten de koude vloer raken, glij ik bijna uit. Is dat bloed? Ik kan het niet goed zien. Het enige licht komt door een raampje boven de deur. Angstig kijk ik de ruimte rond en sla instinctief mijn hand voor mijn mond, wanneer ik vier lichamen ontdek, bang om anders te gaan gillen. Ik durf eigenlijk niet te gaan kijken of ze nog in leven zijn.

In welke nachtmerrie ben ik beland? Laat me alsjeblieft wakker worden.

Tranen biggelen nu over mijn wangen. Zal ik hier ooit nog levend vandaan komen? En wie zorgt er dan voor Flux, mijn lieve hondje? Ze zal ondertussen de hele flat wel bij elkaar geblaft hebben en zal er iemand naar mij op zoek zijn? Ze zullen mij op mijn werk toch ook wel missen? En Laura zou vanavond nog bellen hoe het is gegaan met de training.

Ik moet mezelf vermannen, sterk zijn, anders kom ik er nooit achter. Langzaam en voorzichtig trek ik een groen laken van één van de lichamen af om… Oh, mijn god! Ik laat het laken op de grond vallen, doe een aantal stappen achteruit en kom tot stilstand tegen een kast. Het glaswerk in de deuren rinkelt.

Zal dat één van die … nee … die waren zwanger … maar deze vrouw heeft wél rood haar. Ik hijs mezelf omhoog en zet voorzichtig een paar stappen dichterbij. Mijn ergste vermoeden wordt bewaarheid wanneer ik een hele rits hechtingen op haar buik zie. Wat hebben ze met haar en haar kind gedaan? Ik check het lichaam verder op sporen, maar vind geen aanwijzingen. Wanneer ik in het weinige licht dat er is haar gezicht bekijk, stokt mijn adem. Maar … maar … dat … dat is … mijn gezicht!

- To be continued -

Volgende week zondag deel 9. Wil je ook een keer een deel schrijven? Laat het me weten!

To be continued (7)

Deel 7 is geschreven door gastschrijver Maria Genova
http://www.mariagenova.nl/

De man met de sigaret staat op en loopt naar de openstaande deur. Ik hoor iemand hem wat vragen, ik kan niet goed verstaan wat. Vervolgens gaat hij de gang op en sluit de deur. Rust! Eindelijk rust denkt mijn lichaam, maar mijn geest denkt daar heel anders over.

‘Waarom ik?’ Dit is de vraag die constant door mijn hoofd spookt, terwijl het wachten eeuwig lijkt te duren. Het wachten op het onbekende, want ik begrijp nog steeds niet wie die mensen zijn en wat ze precies van me willen. De beelden van al die zwangere vrouwen flitsen door mijn hoofd. Is dit een nieuwe hi-tech manier om aan vrouwen te verdienen?

Het afgelopen jaar schreef ik meerdere reportages over de wereldwijde vrouwenhandel. Ik sprak met heel veel vrouwen die gruwelijk mishandeld werden, beestachtige seks met klanten moesten ondergaan en uiteindelijk ook nog een abortus moesten plegen als ze zwanger werden. Maar dit lijkt de omgekeerde wereld. Hier zijn alle vrouwen juist zwanger. De vraag is wat ze met al die baby’s gaan doen en wie dat zijn? En waarom hebben ze mij eruit gepikt? Ik ben geen kwetsbare vrouw, die zich perfect leent voor het type slachtoffer. Komt het door die reportages over de vrouwenhandel? Heb ik daar zonder het te weten vijanden mee gemaakt? Dat de mensen in dat netwerk keiharde criminelen zijn, dat wist ik al, maar wat moeten ze opeens met die zwangere vrouwen?      
Onwillekeurig denk ik aan orgaanhandel. Ik heb me daar nooit in verdiept, maar het zou me niet verbazen als mensenhandelaren daar een lucratief gat in de markt zien.
Ik hoor weer voetstappen dichter bij komen en ook hoor ik twee mensen praten, of zijn het er drie? Het geluid is te gedempt en ik ben te moe om precies te horen wat daar gebeurd. Nieuwsgierigheid en angst vechten om voorrang. Ik draai me om. Op dat moment heb ik nog geen idee, wat me te wachten staat, maar ik begin al een vermoeden te krijgen.

Volgende week zondag deel 8. Wil je zelf bepalen hoe het verhaal verder gaat en ook een deel schrijven? Laqt het me weten!